De risicofactoren gebruiken we niet om klanten te selecteren. Daar is het vakmanschap van de professionals voor nodig (betaald dan wel vrijwillig, als het vakmanschap er maar is). De inzet van de professionals is erop gericht de klanten en hun omgeving te helpen om zoveel mogelijk zichzelf en elkaar te helpen.
Dat is ook wat de meeste mensen het liefste willen. Niemand zit te wachten op hulp en zorg van buiten, en als het dan toch nodig is ontvangt men die het liefst van familie, vrienden en kennissen.
Vanuit professionele optiek is dit de ideale situatie omdat de behoefte van de klant en de intentie van de professional samenvallen. Er kan worden ingezet op co-creëren. De professional doet zoveel mogelijk een beroep op de eigen talenten van de klanten. Met succes de eigen talenten aanspreken maakt mensen sterker en gelukkiger dan afhankelijk zijn van hulp van buiten, en houdt bovendien die talenten in conditie.

Waar dit onvoldoende is om zelfstandig te kunnen leven wordt een beroep gedaan op familie, vrienden en kennissen. Meestal lukt dit niet meteen omdat de meeste klanten een beperkt of geen sociaal netwerk hebben. In die gevallen helpen we de klant zijn net¬werk te herstellen of te versterken.
De afbeelding hierboven laat een voorbeeld zien van hoe dit werkt. Het betreft de heer De J. die leeft als een kluizenaar, in de war is, schulden maakt en overlast veroorzaakt voor de buurt. De afbeelding laat zien op welke personen in de loop der tijd een beroep is gedaan om te zorgen dat de heer De J. zelfstandig kan wonen op een manier die voor de omgeving, schuldeisers, familie, zeg maar alle belanghebbenden, aanvaardbaar is.
De goede vraag, de goede oplossing
Belangrijk is de vraag- en situatieverheldering bij het begin van het proces. Samen met de klant en de mensen in zijn omgeving onderzoeken we de werkelijke vraag, de leefsituatie en de samenstelling van zijn netwerk, en brengen we oplossingen voor de vraag in beeld. De beslissing, welke oplossing het wordt, ligt bij de klant.
Dat vaak een beroep kan worden gedaan op familie of kennissen is geen vanzelf-sprekendheid. Soms is enige aandrang nodig. Dit geldt ook voor klanten. Klanten bij wie sprake is van gedragsproblemen of verminderde eigen regie - en bij het eerste contact is dit vaak het geval - zitten niet echt te wachten op hulp. De 'vrager' is vaak niet de klant zelf maar diens familie, een corporatie, huisarts e.d. Van belang is zo'n contact met de klant te krijgen dat hij zelf actief sturing neemt over zijn eigen leven.
De goede mensen helpen
Behalve dat we mensen helpen willen we dat zo goed mogelijk doen en hier steeds beter in worden. Goed wil zeggen dat we de 'goede' mensen helpen, de goede dingen doen, en de dingen goed doen. Steeds beter worden wil zeggen dat we van alles wat we doen weten hoe goed of slecht we dat nu doen, daarover nadenken en bewust proberen dat wat beter kan beter te doen. En vervolgens nagaan of het inderdaad verbetert, volgens de klanten, hun omgeving, collega's, belanghebbenden. En opnieuw nadenken en bewust proberen te verbeteren. Systematisch. Altijd.
De goede mensen. Draaglast en draagkracht
De mensen die we willen helpen zijn kwetsbaar. Denk aan mensen met beperkingen, chronisch zieken, ouderen die hulp nodig hebben. Kwetsbaarheid heeft met tal van factoren te maken maar per saldo komt het erop neer dat bij deze mensen de draaglast groter is dan de draagkracht. Waarbij draagkracht niet alleen slaat op de persoon zelf - of hij bijvoorbeeld life events kan hanteren - maar ook op diens sociaal netwerk. Of hij, voor de zaken die hij zelf niet kan, kan terugvallen op hulp van familie, buren of vrienden.
Risicoprofielen
Hoe goed we de mensen voor wie we er willen zijn bereiken meten we elk jaar aan de hand van risicoprofielen. Samen met andere organisaties hebben we die laten opstellen door Nicis Institute en de afdeling Onderzoek en Informatie van de gemeente Breda. De tabel hieronder laat in vier leeftijdsgroepen zien wat per leeftijdsgroep de belangrijkste risicofactoren zijn.
Mensen voor wie deze risicofactoren van toepassing zijn, zeker als het er meer zijn, zijn vaak minder weerbaar en hebben een beperkt sociaal netwerk. Preciezer: de kans daarop is significant groter. Denk aan jonge mensen die vanwege een beperking weinig mensen ontmoeten en daardoor over weinig informele hulpbronnen beschikken. Of aan ouderen die familieleden, vrienden en bekenden verliezen door ziekte, dementie, immobiliteit of overlijden. Of aan mensen die minder aaibaar zijn vanwege een verslaving of 'ander' gedrag waar 'gewone' mensen liever van weg kijken.
Stijgende vraag, ander aanbod
De kans op verminderde zelfredzaamheid neemt toe, aldus Nicis Institute, als er een stapeling van risico's plaatsvindt. Wij concentreren ons op de kwetsbaarste mensen. In de regel (maar niet altijd) zijn dat mensen voor wie drie of meer risicofactoren van toepassing zijn.
Het aantal ouderen in deze groep, in Breda nu een kleine 4.000, zal in enkele jaren met bijna een kwart groeien vanwege de nieuwe, veel hogere drempels voor toelating tot intramurale zorg. De vraag van deze mensen naar hulp en zorg aan huis zal fors groeien, zowel in volume als in complexiteit (meervoudige vragen). Het aanbod aan betaalde hulp en zorg aan huis groeit niet mee maar zal juist krimpen.
Niettemin verwachten we - door zelforganisatie te bevorderen, oplossende in plaats van problematiserende werkwijzen, een groter beroep op burgers en betere samenwerking tussen organisaties - aan deze grotere vraag te kunnen voldoen.
In het kort:
- Zelforganisatie - Veel zaken kunnen mensen zelf regelen en in de praktijk zien we dat ook gebeuren. Mensen doen minder een beroep op geïndiceerde zorg en zoeken alternatieven. Minder aanbod, hogere eigen bijdragen en goede how-to info kunnen veel verschil maken. De websites WijkWijsBreda.nl (wegwijsinformatie, door vrijwilligers) en ZorgvoorelkaarBreda (on-line marktplaats) ondersteunen dit.
- Oplossingsgerichte werkwijzen zijn effectiever dan problematiserende omdat ze tot andere perspectieven, andere emoties en andere oplossingen leiden. Langzaamaan rijpt het besef dat een halfvol glas beter werkt dan een halfleeg glas, ook of juist in de hulpverlening . De professionals maken er steeds meer gebruik van en creëren zo als vanzelf een actievere klant.
- Inzet van burgers was er altijd al, in de vorm van mantelzorg en vrijwilligerswerk, maar ze kunnen veel meer, zeker als organisaties er ruimte voor maken en meehelpen. Een goed voorbeeld zijn de WIJ-locaties in de wijken waar activiteiten en beheer nu in handen zijn van klanten, vrijwilligers en buurtbewoners. Niet zonder vallen en opstaan, maar het kan en het werkt.
- Samenwerking vanuit een ideaal of droom in plaats van een belang werkt bijna hetzelfde als oplossingsgericht werken. Een ideaal verbindt en staat open voor iedereen die bij wil dragen, om het even of dat burgers zijn, vrijwilligersorganisaties of professionele instellingen. Daardoor ontstaan krachtige waardenetwerken zoals we die nu zien in diverse platforms zoals Zorg voor elkaar Breda, Breda Foet en de diverse leernetwerken in de stad, en in de samenwerking tussen bijvoorbeeld maatschappelijk werkers, wijkverpleegkundigen en huisartsen.
We verwachten dat met deze benadering aan de toenemende vraag naar hulp en zorg van ouderen kan worden voldaan. Of dat ook geldt voor de vragen van mensen met beperkingen, vragen van psychosociale aard, vragen over de geestelijke gezondheid enzovoorts is nog niet duidelijk.
Een belangrijke kanttekening is dat de genoemde zaken goed gedijen in een positief klimaat dat systematisch wordt gevoed en onderhouden. Dit doen in de regel bruggenbouwers, verkenners, netwerkers van huis uit. Mensen met volop kennis en kennissen die voortdurend talenten en kansen op het spoor komen en die weten om te zetten in beloftevolle proposities waar mensen zich aan willen verbinden. Wij willen in dit verbinden met de besten mee kunnen.





